Vaardigheidsproeven en Oefenspringen

De overstap naar de Va proeven
Uitgangspunt bij het maken van de Va proeven is de ruiters al eerder en op een leuke, toegankelijke manier kennis te laten maken met de verlichte zit, balansoefeningen en dergelijke. Deze proeven zijn zeer toegankelijk voor zowel volwassen ruiters als jeugdruiters door het lage instapniveau en de geleidelijke opbouw van de proeven. Deze proeven heel ‘paardvriendelijk’ gehouden, zodat bijna alle paarden hieraan deel kunnen nemen. Uit de praktijk is gebleken, dat door het deelnemen aan deze proeven de ruiters handiger en doortastender gaan rijden. Het is ook een goede voorbereiding voor Het Certificaat Buitenrijden (CBR).

Wie mogen de proeven beoordelen?
De Vaardigheidsproeven (Va-proeven) en mogen worden het OefenSpringen (Os-proeven) gejureerd door alle FNRS-juryleden.

Wanneer mag een ruiter deelnemen?
De ruiters kunnen na het behalen van 1 promotiepunt in de F4 instappen bij de Va1-proef. Na het behalen van minimaal 2 en maximaal 5 promotiepunten (PP) mogen de ruiters opgaan voor volgende de Va-proef. Bij de Va en Os proeven krijg je één PP bij 180 punten en hoger. Na het behalen van minmaal 2 en maximaal 5 PP in de Va3-proef mogen de ruiters opgaan voor OS1. Rijd je al in Os proeven dan wordt er geadviseerd om eerst verder te gaan met de Va3 proef, die vanaf najaar 2014 ingevoerd zijn. Bij de Os1 moeten de ruiters minimaal 3 en maximaal 10 PP behalen voor ze door mogengaan naar Os2. In de Os2 kunnen de ruiters ook maximaal 10 PP behalen. Na het behalen van de Va2 krijg je een diploma.

Hoe op te geven?
Door middel van de inschrijfcoupon,.die op de rode brievenbus ligt. Je vult bij datum laatst gereden proef de F-proef waar je het laatst in bent gestart, als je voor het eerst start in de Va1-proef. Als je al een keer in een Va-proef of Os-proef hebt gereden, dan vul je bij datum laatst gereden proef de laatst gereden Va of Os proef in met de daarbij behaalde PP.

Uitleg proeven

Naarmate het niveau van de proeven hoger wordt, worden de aanwijzingen in de tekst steeds beknopter. Het is natuurlijk de bedoeling dat de ruiter dan zelf alles correct blijft uitvoeren zoals in de voorliggende proeven is aangeleerd. Het is zeker de ruiters aan te raden van tevoren het programma goed door te lezen, omdat de onderdelen elkaar steeds sneller opvolgen. De “voorlezer” is slechts een hulpmiddel; de ruiter dient zelf de proef te kennen (let hierbij ook op: lichtrijden c.q. verlichte zit).

  • Waar in deze proeven het woord “bij” staat, betekent dit dat het gevraagde “om en nabij” de letter mag worden uitgevoerd. Het hoeft dus niet exact op de letter.
  • Waar vermeld wordt “na de sprong in draf” of “bij een letter in draf” na een sprong, is het de bedoeling dat dit niet direct in de landing van de sprong gebeurt. Als het paard/pony enige galopsprongen doorgaloppeert (uitloopt) en daarna vloeiend in draf overgaat, is dit beter.
  • Bij OS2 wordt na de sprong “doorgalopperen in de linker- of rechtergalop” gevraagd. Als het paard/pony na de sprong in de verkeerde galop landt, is het de bedoeling dat de ruiter dit (door middel van enkele drafpassen) in de eerstvolgende hoek corrigeert.
  • Fouten op hindernissen en doorgangen en dergelijke worden op deze score als volgt in mindering gebracht:
    – springfout op een sprong: -2
    – fout in de proef: –2
    – één of meerdere afgeworpen balletje(s) per onderdeel: –2*
    – eerste weigering op een hindernis: -2
    – tweede weigering op diezelfde hindernis: tweede maal –2 (totaal –4)
    – derde weigering op diezelfde hindernis:-4 komt te vervallen, een 0 voor het onderdeel én doorgaan naar de volgende hindernis
    – bij de tweede maal weigeren op eenzelfde hindernis volgt uitsluiting

*Indien een paard/pony met de staart het balletje eraf zwiept, wordt dit niet als strafpunten aangemerkt. De jury beslist hierover.